21

Het leek wel alsof het nooit zondagavond zou worden. Bradleys gezicht kwam op de vreemdste momenten mijn hoofd binnen zweven: ’s ochtends onder de douche, in de rij bij de stomerij, tijdens het eten van een middagsnack. (Omdat ik geen freudiaan ben, zit er geen enkele betekenis achter mijn keuze van snack en de beelden die erbij in me op komen. Bovendien zit er in bananen veel kalium.) Ik overwoog verschillende plannen voor zondagavond, keurde ze af, stelde ze bij, verfijnde ze totdat alles precies goed was.

Nadat ik een kwartier in zijn wijk had rondgereden, kwam ik een paar minuten voor zes voor zijn huis tot stilstand. Ik had chic laat willen zijn, maar een vrouw die aan het snelwandelen was wierp me argwanende blikken toe toen ik voor de zoveelste keer in de brik van mijn ouders langsreed. Nog één rondje en ik zou worden aangevallen met traangas, wat geen supergeweldig begin van deze avond zou zijn.

Bradley woonde in Woodley Park, de wijk vlak achter de dierentuin. In zijn straat stonden allemaal oudere maar goed onderhouden huizen. Ik zag een heleboel veranda’s met houten tuinstoelen en opgevouwen buggy’s, een ruwharige golden retriever die in een voortuin op een tennisbal knaagde en kinderen die tikkertje speelden in het zachte avondlicht terwijl een vader een oogje in het zeil hield en tegelijkertijd de krant las.

Het was typisch de soort wijk die Bradley zou kiezen. Hij paste niet in de glamour van Georgetown of de hyperbelangrijke drukte van Capitol Hill. Dit was een wijk waar mensen buurtfeesten hielden en bij elkaar aanklopten als ze zonder suiker zaten. Er stonden echte huizen waarin echte mensen woonden.

‘Hoi,’ zei ik eenvoudigweg toen Bradley de deur opendeed. Hij zag er zo goed uit dat ik een steek voelde. Hij had een vale spijkerbroek aan en een zwarte pullover en zijn haar zat een beetje door de war. Ik zag nog sporen van de tiener-Bradley in de manier waarop zijn wenkbrauwen omhooggingen als hij naar me lachte en zijn adamsappel nog steeds een beetje uitstak. De tijd had de scherpe tienerranden zachter gemaakt, maar Bradley was niet zoveel veranderd. Ik was degene die hem nu met andere ogen zag.

‘Lindsey?’ Bradley klonk ongelovig. Ik stond daar alleen maar en liet zijn blik over me heen dwalen. Net zoals Bradley lang geleden, was ik vanavond in de brutale aanval gegaan.

Ik had mijn nieuwe spijkerbroek aan met mijn Marilyn-laarzen, mijn strakke, blote kanten topje en dofroze suède jasje. Mijn haar zat los en golfde, en ik had een halfuur aan mijn make-up besteed. Bradley was de eerste die mijn oude ik gekend had die me zo zag. Ik smeekte hem met mijn ogen me goed te keuren.

‘Je ziet er prachtig uit!’ zei hij en hij deed de deur verder open zodat ik naar binnen kon.

‘Dank je,’ zei ik.

‘Heb je iets met je haar gedaan?’ vroeg hij.

‘Ik moet naar de kapper, denk ik,’ lachte ik. ‘Ik ben alleen zo druk geweest.’

‘Ik vind het mooi zo,’ zei hij.

‘Ja?’ vroeg ik. Zijn compliment voelde beladen. Hij vond het mooi. Hij vond míj mooi.

‘Ja,’ antwoordde hij, en hij bekeek me nog eens van top tot teen. Zijn blik verwarmde me als zonnestralen toen hij over me heen ging. Een duizelingwekkende vreugde welde in me op. ‘Absoluut.’

We glimlachten naar elkaar en toen zei Bradley: ‘Wil je nu de rondleiding van vijf seconden?’

‘Volgens mij heb ik betaald voor die van tien seconden,’ klaagde ik nep.

‘Oké, dan lopen we er twee keer doorheen,’ zei hij. ‘Woonkamer, zoals je ziet, en daarachter is de eetkeuken…’

‘O, Bradley,’ onderbrak ik hem toen ik zijn woonkamer in liep. Die hing vol met foto’s, tientallen en tientallen foto’s. Mijn ogen schoten door de kamer en namen de schoonheid van Bradleys werk in zich op. Er was een foto van een oude man die bij de bushalte stond met zijn metalen broodtrommel in zijn handen geklemd, zijn gezicht was een vermoeide wegenkaart van rimpels en lijntjes maar zijn houding was recht en trots. Er was een klein meisje dat in een veld een vuurvliegje achternajaagde, en haar ogen en glimlach werden groter naarmate ze dichterbij het vangen van de magie kwam. Er was een zwart-witfoto van twee verstrengelde handen – van een man en een vrouw – en ik wist onmiddellijk dat ze al decennia getrouwd waren en nog altijd verliefd. Bradleys foto’s waren meer dan vluchtige vastleggingen van een moment. Ze vertelden hele verhalen.

Er hing ook een foto van mij.

Ik was een jaar of zestien en zat huiswerk te maken aan de keukentafel van Bradleys ouders. Ik zat te broeden op een opstel voor Engels en op de achterkant van mijn pen te kauwen. Door de paneelramen achter me scheen de zon en viel in vierkantjes op mijn donkere haar.

‘Ik kan me niet eens herinneren dat je deze hebt genomen,’ zei ik. Ik kon het niet laten te glimlachen. Bradley had een foto van mij in zijn woonkamer. Hij had hem al die jaren bewaard.

Bradley kwam achter me staan.

‘Jezus, wat waren we toen nog jong,’ zei ik en ik draaide me om om naar hem te kijken.

‘Ja, hè,’ zei hij. ‘Soms heb ik het gevoel dat er zoveel veranderd is, maar een andere keer lijkt het weer alsof alles nog hetzelfde is.’

‘Ik weet precies wat je bedoelt,’ zei ik. Ik hield zijn blik nog een seconde extra vast en hoopte dat hij zo zou weten wat er voor mij hetzelfde was gebleven en wat er was veranderd. Voor mijn gevoelens voor hem gold beide.

Bradley was de eerste die het oogcontact verbrak.

‘Ik zal je de bovenverdieping laten zien,’ zei hij en hij ging me voor. De oude houten trap kraakte gemoedelijk onder onze voeten.

‘Slaapkamer – oeps, vergeten het bed op te maken – badkamer, logeerkamer,’ zei hij.

‘Perfect,’ zei ik, en dat was het ook. Aan één muur had Bradley in plaats van schilderijen antieke camera’s gehangen. Zijn oude gitaar stond in een hoek. Aan de muren van zijn slaapkamer zaten donkere houten boekenplanken gevuld met geschiedenisboeken en biografieën. Ik zag gewichten van vijf kilo in een hoek en verborg een glimlach toen ik aan Bradleys hardnekkige verslaving aan cornflakes dacht.

‘Hoe lang woon je hier al?’ vroeg ik.

‘Ik heb het vorig jaar gekocht,’ zei Bradley. ‘Ik vind het een geweldige wijk. Er moest eerst van alles aan gedaan worden, maar nu wordt het wat. En mijn vader woont hier maar twintig minuten vandaan, dus we zien elkaar ongeveer eens per week.’

‘Ik zou hem graag weer zien,’ zei ik.

‘Ik bel je wel, de volgende keer dat ik naar hem toe ga,’ zei hij. ‘Hij gaat met een nieuwe vrouw om en ik denk dat het serieus aan het worden is. Ze is milieurechtadvocaat.’

‘Is ze aardig?’ vroeg ik.

‘Ja hoor,’ zei hij. ‘Ze past perfect bij pap. Dat zul je wel zien als je haar ontmoet.’

Ik klampte me aan die belofte vast: hij wilde dat ik de vriendin van zijn vader ontmoette. Onze levens vervlochten zich weer met elkaar.

‘Ben ik gepast gekleed voor waar we naartoe gaan? Of moet ik iets netters aantrekken?’ vroeg Bradley.

‘Je ziet er perfect uit,’ zei ik. Ik schraapte mijn keel en keek weg, want het was niet mijn bedoeling geweest om zo hartstochtelijk te klinken.

Ik ging hem voor naar mijn verleidingsvoertuig – de gedeukte stationcar van mijn ouders met papa’s dubbelfocusbril en Rennies op de voorstoel – en reed richting het noorden, naar Maryland.

‘Krijg ik niet eens een hint van je?’ vroeg Bradley, die de radio aanzette en in zijn stoel achteroverleunde. Bruce Springsteen begon te zingen over meisjes in zomerkleding en ik draaide het raampje open. De zomer zat eraan te komen, net zoals Springsteen beloofde: de lucht was warm en vochtig en vol beloftes. Hoe zou het zijn om de zomer met Bradley door te brengen? Om in een opwelling voor een weekendje naar het strand te rijden, of de hele avond op zijn veranda te zitten, hem een kus te geven terwijl we samen een biertje dronken?

‘Geen hints,’ zei ik. Ik was zo zenuwachtig geweest voor vanavond, maar nu voelde ik alleen maar opwinding. Bradley zat af en toe stiekem naar me te kijken, alsof hij zijn ogen niet kon geloven. Het was een schitterende avond. Alles was perfect.

Toen ik stopte voor een stoplicht, ging in mijn tas mijn telefoon. Ongelooflijk: het was Alex. Had ze een of ander zesde zintuig om deze kans voor me te verpesten?

‘Neem je niet op?’ vroeg Bradley.

‘Het is niet belangrijk,’ zei ik, terwijl ik op het knopje drukte om hem uit te zetten. Toen ik hem weer in mijn tas liet vallen, glimlachte ik naar Bradley. Alex zou zich niet weer opdringen. Deze keer niet.

‘Hé, dit ken ik,’ zei Bradley toen ik de parkeerplaats op reed en de motor uitzette.

Onze oude middelbare school was niets veranderd. Ik had eerder die week de administratie gebeld om er zeker van te zijn dat er vanavond niets te doen was in de school; met mijn mazzel zouden ze net een uitvoering van Oklahoma! hebben en moest ik Bradley bij de hoge tonen van ‘The Surrey with the Fringe on Top’ versieren. Maar het was er uitgestorven.

‘Kom op,’ zei ik. ‘Laten we even rondwandelen, voor de goeie ouwe tijd.’

We stapten uit de auto en ik leidde hem naar de achterkant van de school. De ladder die ik daar een uur geleden had neergezet stond er nog.

‘O ja,’ zei Bradley en hij begon te lachen. Daarna fluisterde hij: ‘Ze kunnen ons ons diploma afnemen.’

‘Dat heb ik niet gezegd!’ protesteerde ik, waarbij ik hem zachtjes op zijn arm stompte.

‘Klaar om omhoog te gaan?’ vroeg hij. ‘Zal ik eerst?’

‘Deze keer ga ik wel eerst,’ zei ik en ik pakte de zijkanten van de ladder vast. Ik ademde uit en klom omhoog, terwijl ik mezelf dwong niet naar beneden te kijken en Bradley me vanaf de grond aanmoedigde. Deze keer was het makkelijker, want ik had eerder die avond natuurlijk goed kunnen oefenen.

Toen ik bovenaan kwam, keek ik snel om me heen. Alles was er nog. Alles was perfect.

‘Wauw,’ zei Bradley toen hij boven aan de ladder was aangekomen. Hij bleef daar staan, op de laatste sport van de ladder en keek om zich heen.

Het roodgeruite tafelkleed en de picknickmand die ik eerder had klaargelegd lagen midden op het dak. Ik had een paar dingetjes toegevoegd – een bosje blauwe lissen, een paar stevige kaarsen in een windlicht – maar verder was alles hetzelfde als elf jaar geleden. Alleen het einde wilde ik herschrijven.

‘Lindsey…’ begon Bradley. Toen viel hij stil. Hij leek te perplex om te praten.

‘Ik hoop dat je het niet erg vindt dat ik de cider heb vervangen door wijn?’ vroeg ik terwijl ik de fles omhooghield. Ik had het prijsstickertje er afgekrabd zodat Bradley niet zou weten hoeveel ik eraan had uitgegeven.

‘Nee, dit is…’ Met een zwaai van zijn arm omvatte hij alles. ‘Wauw.’

Ik liep naar een van de kussens die ik naast het tafelkleed had gelegd en bleef daar op Bradley staan wachten. Maar hij stond nog steeds op de bovenste sport van de ladder. Een onbehaaglijk gevoel kroop in mijn ruggengraat omhoog.

‘Kom je nog?’ vroeg ik.

‘O, sorry,’ zei hij. ‘Ik…’

Weer maakte hij zijn zin niet af. Hij liep naar me toe en ging op het kussen naast me zitten. Misschien had hij even wat tijd nodig om te verwerken wat er gebeurde. Ik had maanden de tijd gehad om te wennen aan het feit dat mijn gevoelens voor Bradley waren veranderd, dit moest allemaal op hem afkomen als een trefbal. En ik had Bradley eerder gekwetst, natuurlijk zou hij niet zomaar zijn hart weer voor me openstellen.

Ik zou het rustig aan doen. Dat had ik moeten bedenken.

‘Ik zit eraan te denken om hier een restaurant te openen,’ zei ik luchthartig. ‘Picnics ’R’ Us.’

‘Geweldig idee,’ zei Bradley. Hij nam een slok wijn en keek naar zijn glas. Waarom keek hij niet naar mij? Waarom leek hij me niet in de ogen te kunnen kijken?

‘Dan moet ik de klanten natuurlijk wel eerst een fitnesstest laten afleggen,’ zei ik. ‘Om zeker te weten dat ze die ladder op kunnen komen.’

‘Zou dat geen klanten afschrikken?’ vroeg Bradley.

‘Ja, maar dat is waarschijnlijk maar goed ook,’ zei ik. ‘Want ik heb maar één picknickmand.’

Bradley lachte.

‘Toastje met kaas?’ vroeg ik verleidelijk. Ik ben een grote verleidster. ‘Ik heb ook cervelaat.’

‘Lekker,’ zei Bradley toen hij het bordje aanpakte dat ik hem gaf. In plaats van brie had ik pittige cheddar gekocht, omdat ik wist dat hij dat lekkerder vond. Ik wilde dat hij dat opmerkte. Ik wilde dat hij zou beseffen dat ik veel aandacht aan deze avond had besteed.

‘Proost,’ zei ik en klonk met mijn glas tegen het zijne.

Bradley nam een klein slokje wijn. ‘Ongelooflijk dat je dit allemaal hebt gedaan.’

‘Het was helemaal geen moeite hoor,’ zei ik. ‘En jij hebt het lang geleden voor mij gedaan.’

Bradley nam een hapje van zijn toastje.

‘Lindsey,’ zei hij nadat hij het had doorgeslikt. ‘Ik ben heel erg blij dat we vrienden zijn gebleven.’

‘Ik ook,’ zei ik. Zijn stem klonk zo hartelijk, en zijn woorden ook. Dat was iets goeds, toch?

‘Hoe lang blijf je nog hier?’ vroeg hij. ‘Ik weet dat je onderzoek doet naar het opzetten van een nieuw kantoor hier, maar blijf je ook om het te runnen of ga je terug naar New York?’

‘Het zit zo,’ zei ik. Ik voelde me zoals May zich al die jaren geleden gevoeld moest hebben toen ze naar dat verre zwembadwater staarde, en ik wist dat ik er maar op één manier kon komen.

‘Ik heb het nog niet aan mijn familie verteld, maar ik zit eraan te denken om ander werk te gaan doen,’ flapte ik eruit. Bradley moest dit weten. Bradley moest alles over me weten, alle verwarrende, slechte, chaotische dingen. Als ik een relatie met hem wilde, moest ik eerlijk tegen hem zijn.

‘Geloof het of niet, maar ik heb laatst een aanbod gekregen van een datingbureau.’

‘Serieus?’ vroeg Bradley. ‘Maar ik dacht dat je van je werk hield.’

‘Niet zo erg,’ zei ik langzaam. ‘Ik bedoel, er zitten kanten aan waar ik van hou, maar de stress werd me te veel. Het rustiger aan doen lijkt me wel wat. Bij mijn oude baan had ik niet veel tijd voor iets anders dan werken. En het leven is meer dan reclame.’

Bradley knikte. ‘Gelijk heb je.’

‘Echt?’ vroeg ik. ‘Want het is één van de engste dingen die ik ooit heb gedaan. Bijna net zo erg als die ladder op klimmen.’

Bradley grijnsde. Hij leek nu meer ontspannen. Hij keek me weer aan. Ik had me niet gerealiseerd dat ik mijn wijnglas zo stevig omklemde, maar toen ik mijn hand een beetje ontspande voelde ik het bloed weer naar mijn vingers stromen.

‘Jij zult in alles wat je doet succesvol zijn,’ zei hij. ‘Vertel eens wat meer over die baan.’

‘Ik ben koppelaarster,’ zei ik. ‘Geloof je dat?’

Bradley gooide zijn hoofd in zijn nek en lachte. ‘Geweldig. Dat had ik nooit kunnen raden.’

‘Het is per ongeluk zo gekomen,’ zei ik. ‘Ik ontmoette een geweldige vrouw en we raakten aan de praat en toen bood ze me een baan aan. En ik vind het echt leuk.’

‘Daar gaat het om,’ zei Bradley. ‘Ik ben blij voor je.’

‘Niemand weet het nog,’ zei ik.

Ik zweer je dat ik de volgende zin niet van plan was geweest uit te spreken. Het floepte er gewoon uit, maar zodra ik de woorden had uitgesproken, wilde ik ze teruggrissen. ‘Ik wilde dat jij het als eerste wist.’

Er ging een schaduw over Bradleys gezicht en hij sloeg zijn ogen neer. O god, ik had een fout gemaakt. Ik moest het snel verdoezelen.

‘Wil je nog wat wijn?’ bood ik aan.

‘Nee, ik heb genoeg gehad,’ antwoordde hij. Hij had zijn glas amper aangeraakt.

‘Weet je het zeker?’ vroeg ik. ‘Ik rij. Je kunt helemaal losgaan.’

‘Ik heb genoeg. Dank je.’

‘Nog wat kaas?’ vroeg ik. Nu ging het helemaal fout; mijn stem was hoog en nerveus. Wanhopig probeerde ik luchthartig te klinken, maar ik bereikte het tegenovergestelde effect.

‘Nee, dit is goed zo,’ zei Bradley. Hij had zijn eten ook amper aangeraakt. Zijn lichaamstaal was helemaal verkeerd. Hij had zijn armen over elkaar en zat stijf rechtop, alsof hij op een stapel stenen zat in plaats van het zachte kussen dat ik eerder die dag bij Pier 1 had gekocht.

‘En hou nog ruimte over voor het toetje,’ kakelde ik. ‘Ik heb je lievelingstoetje meegenomen.’

‘Lindsey,’ zei Bradley. Alleen dat ene woord, zo vriendelijk uitgesproken. Hoe kon mijn naam zo’n pijn doen?

‘Je weet hoeveel ik om je geef,’ zei Bradley. ‘Dat is altijd zo geweest.’

Niet dit. Alsjeblieft, niet dit. Bradley wees me voorzichtig af. Hij gaf me dezelfde speech die ik hem de vorige keer dat we op dit dak zaten probeerde te geven. De scheut in mijn ruggengraat veranderde in iets scherps dat eromheen reikte en in mijn ingewanden stak. De pijn straalde naar mijn hele lichaam uit.

‘Heb je iemand anders?’ vroeg ik.

Bradley keek naar zijn bord. Ik wist dat hij niet tegen me zou liegen, daar was Bradley te eerzaam voor.

Hij sloeg zijn ogen op en antwoordde: ‘Ja.’ Meer zei hij niet, alleen dat ene, vernietigende woord.

Toen ik een jaar of twaalf was, was ik een keer gestruikeld en gevallen terwijl ik een zware kom met spaghetti naar de eettafel bracht. Mijn buik raakte als eerste de vloer omdat ik de spaghetti met beide handen omhooghield zodat de kom niet kapot zou gaan. De klap was zo hard en onverwacht dat ik geen adem kreeg en niet kon spreken of bewegen. Alle lucht was uit me gestoten. Ik voelde me nu precies zo.

Ik wilde vragen wie het was, maar ik kon het niet. Ik wist dat als ik mijn mond weer open zou doen, ik zou gaan huilen, en dat kon ik niet doen. Bovendien wist ik dat het Alex was. Het was altijd Alex.

Ik ademde diep en hortend in en moest mijn best doen om de lucht mijn longen in te duwen.

‘Je was altijd verliefd op me,’ zei ik. Ik wist dat ik het alleen maar erger maakte, maar ik kon mezelf niet tegenhouden.

‘Dat klopt,’ zei hij. Zijn ogen stonden zo aardig dat het pijn deed. ‘Maar dat was lang geleden.’

‘Wanneer is dat overgegaan?’ vroeg ik. Mijn stem was niet meer zo hoog en pieperig, maar was nu naar de andere kant doorgeslagen. Het was een roestig gebrom, alsof de woorden door een shredder naar buiten werden geduwd. Ik wist dat ik mezelf hier later om zou haten, maar ik kon niet ophouden.

‘Ik moest verder, Lindsey,’ zei hij. ‘Dat deed jij toch ook?’

Ik knikte. Hij had gelijk. Het was niet eerlijk om van hem te verwachten al die jaren naar me te blijven verlangen. Het was alleen zo fijn geweest om te denken dat hij dat wel had gedaan.

‘Onze timing is niet zo best,’ zei ik, en ik duwde mijn tranen met de achterkant van mijn hand weg. Ik huilde nooit en moest je me nu eens zien, dacht ik bitter. Ik begon op Sue, de ex-vriendin van Jacob, te lijken.

Ik wilde mooi zijn voor Bradley vanavond, ik wilde dat hij van me hield. Ik had hem alles verteld en hem al mijn geheime kanten laten zien waar niemand anders wat van wist. Maar het had geen zin gehad. Hij wilde me niet. Hij wist alles over me, en nog hield hij niet van me.

Hij gaf me een van de blauwe servetjes die ik had gekocht omdat ze bij de lissen pasten. Ik had op elk detail geanticipeerd, maar eentje was ik vergeten. Het enige dat er echt toe deed: Bradleys ware gevoelens. Hoe had ik zo fout kunnen zijn, zo dom en zo volslagen idioot?

‘Het is allemaal een beetje verwarrend,’ zei hij. ‘Voor jou en voor mij. Ik denk dat we even afstand moeten nemen en morgen verder moeten praten.’

‘Goed hoor,’ zei ik en ik lachte bitter. Ik kon er niets aan doen. Ik was als een sloopbal die op hol was geslagen, zich omdraaide en zijn eigen bestuurder vernietigde.

‘Het is mijn zus, hè?’ vroeg ik. ‘Weet je, dat doet ze met mensen. Met mannen. Ze laat ze voor haar vallen. Het gebeurt constant. Maar voor haar betekent het niets.’

‘Heb je Alex de laatste tijd nog gesproken?’ vroeg Bradley.

‘Waarom?’ vroeg ik.

‘Lindsey, ik…’ begon Bradley, toen piepte er iets. Het was zijn mobiele telefoon. Hij had hem uit zijn zak gehaald en op mijn roodgeruite tafelkleed gelegd toen we gingen zitten.

We staarden ernaar. We wisten allebei wie het was.

‘Zij is het, hè?’ vroeg ik. Ik vond het vreselijk hoe dat klonk, maar ik kon niet ophouden. Alle woede en haat die ik jaren tegen Alex had gekoesterd kwam omhoogborrelen als vergif. ‘Je weet toch dat ze verloofd is? Sommige mensen vinden dat een vrij serieuze verbintenis, maar zij zeker niet.’

‘Lindsey, heb je Alex de laatste tijd nog gesproken?’ herhaalde Bradley.

Ik schudde mijn hoofd. Wat deed dat ertoe?

De telefoon piepte omdat er een nieuwe voicemail was en Bradley keek ernaar. Ik denk dat ik dood was gegaan als hij hem had opgepakt, maar hij liet hem liggen.

‘We moeten gaan,’ zei ik. Ineens moest ik hier weg, weg van Bradley en het medelijden en ongemak dat ik op zijn gezicht zag. Ik stond op en begon de mand weer in te pakken, schoof de borden er met eten en al in. Met snelle, krampachtige bewegingen smeet ik het water uit de vaas, blies de kaarsen uit en gooide ze boven op de borden met eten. Alles zou bedorven zijn, maar wat maakte het uit? Het was dom van me geweest om te denken dat Bradley me na één blik op mijn zielige picknickje in zijn armen zou nemen. Zoiets gebeurde alleen in films. Niet in mijn leven.

‘Zal ik hem voor je dragen?’ bood Bradley aan.

Ik schudde mijn hoofd en begon de ladder af te dalen. Bradleys telefoon ging weer.

‘Toe maar,’ zei ik, ‘neem maar op.’

‘Niet nu,’ zei Bradley. Hij kwam me achterna de ladder af en probeerde me bij te benen toen ik over het gazon van onze oude school schreed. ‘Je bent vast verdrietig.’

‘Het geeft niet,’ zei ik. ‘Niks aan de hand.’

‘Wil je ergens verder praten?’ vroeg hij.

Ik wil dat je me vasthoudt, dacht ik wanhopig. Ik wil dat je me vertelt dat je van míj houdt.

‘Het is al laat,’ zei ik, net zoals hij dat die avond lang geleden op hetzelfde dak tegen mij had gezegd. Ik probeerde te glimlachen, maar voelde dat mijn lippen een grimas vormden. ‘Ik moet gaan. Morgen vroeg op.’

We stapten de auto in en ik reed, te hard, richting Bradleys huis. Ik had vanavond alles fout gedaan. Ik had het einde helemaal niet herschreven, ik had alleen maar de teksten van de personages verwisseld. Hoe had ik het zo spectaculair fout kunnen inschatten?

Zou hij het tegen Alex zeggen, vroeg ik me af en ik voelde een nieuwe golf van tranen van pijn en woede achter mijn ogen opwellen bij de gedachte. Zouden ze met z’n tweeën bespreken hoe erg ze het voor mij vonden?

Bradleys telefoon piepte: een sms’je. Hij keek ernaar en ik moest hard met mijn ogen knipperen. Hij kon Alex’ sms niet eens tien minuutjes negeren. Zo sterk was haar grip op hem.

Wat zou er nu gebeuren? Zou ze het uitmaken met Gary voor Bradley, of was dit voor haar gewoon de zoveelste flirt? Ik wist echt niet wat erger zou zijn: hen samen zien als stel of toekijken hoe Bradleys hart gebroken werd in de wetenschap dat de eventuele kans die wij gehad konden hebben verpest was omdat Alex een lolletje wilde hebben.

‘Lindsey?’ zei Bradley. Hij legde een hand op mijn arm. ‘Je moet omdraaien.’

Even was ik totaal verbijsterd. Omdraaien? Teruggaan naar de school?

‘Wat dan?’ vroeg ik. Ik keek hem aan. Zijn kaak was gespannen en zijn gezicht bleek.

‘Het is Alex,’ zei hij. ‘Ze heeft een ongeluk gehad.’

Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim
titlepage.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_000.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_001.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_002.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_003.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_004.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_005.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_006.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_007.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_008.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_009.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_010.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_011.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_012.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_013.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_014.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_015.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_016.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_017.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_018.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_019.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_020.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_021.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_022.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_023.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_024.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_025.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_026.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_027.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_028.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_029.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_030.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_031.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_032.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_033.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_034.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_035.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_036.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_037.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_038.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_039.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_040.xhtml